Informatica in de bovenbouw van havo & vwo

Informatie- en communicatie technologie (ICT) in havo-4

De leerstof bij het vak informatica bestaat uit theorie (basis informatica) en vooral uit praktijk.

Bij informatica gaat het niet alleen om het eindproduct maar vooral om de weg daar naar toe. Het is vooral de bedoeling dat je dingen zelf leert uitzoeken. Als je enkel iets moois kunt maken door de docent of je medeleerlingen jouw problemen te laten oplossen schieten we het doel voorbij en heb je eigenlijk niet echt iets geleerd: je leert dan enkel papegaaien. Niet boos worden dus als je docent zegt dat je het zelf moet uitzoeken, dat is namelijk echt de bedoeling. Het is voor de docent een fluitje van een cent om het even voor te doen .... en daarna kun jij het de volgende les weer niet. Je begrijpt dat vast wel... ;-) 

Het tweede trimester: software, photoshop, flash, programmeren en het maken van apps

In het tweede trimester staan software, photoshop, programmeren en het maken van apps centraal.

Voor de verwerking van de speciale opdrachten (korte opdrachten) en praktijkopdrachten maak je gebruik van een schrift of map. We doen dus niet alles digitaal.

De verwerking van al deze opdrachten online en in je map of schrift vormen je dossier informatica. Het dossier informatica wordt betrokken bij het bepalen van de cijfers informatica voor proefwerken en schoolexamens.

De leerstof bij het vak informatica bestaat uit theorie (basis informatica) en praktijk.

Software

Op Instruct-Online verwerk je module 3: software.

Photoshop

Je gaat aan de slag met twee practica photoshop, zodat je leert hoe je een dergelijk programma handig kan gebruiken bij het creëren of het aanpassen van afbeeldingen. Je leert diverse soorten afbeeldingen (verschillende bestandsformaten) samen te voegen tot een geheel: een poster.

Je leert werken met lagen en hoe je die lagen uiteindelijk weer samen kan voegen tot een geheel.

Programmeren

Op Instruct-Online verwerk je module 4: programmeren. Je verwerkt programmastructuurdiagrammen (psd's) bij de leerstof van het tweede trimester.

Het maken van apps (applicaties)

Bij apps (het maken van applicaties) leer je de programmeertaal VBA (Visual Basic for Applications) gebruiken bij het maken van apps. Je leert een gebruikersinterface maken en je leert hoe je door middel van programmeren (met programmacode) bepaalde problemen kan oplossen of gewoon om leuke dingen te maken.

Flash

Je leert met Adobe Flash een animatie maken, die je bijvoorbeeld kan gebruiken bij het creëren van een eigen website. Daarbij komen enkele begrippen uit de filmindustrie aan de orde, zoals het gebruik van een tijdlijn, het gebruik van frames en het toepassen van motion tweening.

Behandeld worden: tekenen met Flash, frame, hoofdframe (=keyframe) voor bewegende beelden, lagen, voorgrond en achtergrond, filmclip, bewegingsgeleider, motion tweening, roteren, broncode van rollende_bal.fla en animatiefilm als rollende_bal.swf (bestand - film exporteren).

Een dergelijke animatie kan je opnemen in een website en tonen op computer, tablet of smartphone. In 5/6-vwo krijg je te maken met html5 waarin je leert dit soort animaties in html5 code te verwerken. Tal van bedrijven gebruiken dit soort animaties om hun informatie beter inzichtelijk te maken voor de klanten.

Basis informatica 1 & 2

Gedurende het gehele trimester werk je aan het vakjargon (vaktermen) uit de ICT, zodat je de verschillende begrippen uit de informatica een plaats kunt geven. Begrijp je een bepaald begrip niet dan zoek je dat op via Internet (bijvoorbeeld wikipedia), vaktijdschriften of raadpleeg je klasgenoten of je docent.

Bestudeer de onderdelen basis informatica 1 & 2 van het 2e trimester.