ICT & Mediadesign in de onderbouw

Werken met een spreadsheet

We gaan een werkblad maken met Excel. Om straks het werkblad te bewaren maak je in c:\werkmap een map met je eigen naam en klas aan. In die map bewaar je de bestanden die je tijdens dit practicum maakt.

0. Maak een map eigennaamklas (geen spaties) aan in c:\werkmap.

EXCEL

1.1 Wat is een spreadsheet?

Een spreadsheet wordt ook wel een werkblad of rekenblad genoemd.

Het werkblad is verdeeld in een aantal rijen (horizontaal) en een aantal kolommen (verticaal):


De kolommen worden aangegeven door de letters A, B, C, ....
De rijen worden aangegeven met getallen 1, 2, 3, ....
Met de cursortoetsen (pijltjestoetsen) of met de muis is het mogelijk de celcursor naar de verschillende vakjes (cellen) van het spreadsheet te bewegen.

1. Start het spreadsheetprogramma Excel op je computer.
 
2. Beweeg met de pijltjestoetsen en met de muis de celcursor eens over de verschillende cellen van het lege werkblad (spreadsheet).
 
De vakjes van het werkblad noemen we cellen. In een cel kan een tekst, een getal of een formule getypt worden.
In de volgende opdracht gaan we tekst en getallen in een aantal cellen van het werkblad invoeren.
 
1.2       Teksten, getallen en formules invoeren in het werkblad
 
In de volgende opdrachten gaan we een werkblad samenstellen. Je gaat zelf teksten, getallen en formules opnemen in een werkblad. We maken zelf een eenvoudig spreadsheet (rekenblad) om een idee te vormen van de mogelijkheden van een spreadsheetprogramma.
 
3. Vult het nu nog lege werkblad eens in met de volgende gegevens.
Plaats de celcursor op cel A2 en typ daar in hoofdletters de titel:
KOSTENOVERZICHT
           
Als je een fout maakt kun je de inhoud van een cel wissen door de cursor op die cel te plaatsen en daarna del-toets (van delete = verwijder) aan te slaan. Als je slechts een kleine verandering wilt aanbrengen plaats je de cursor op de te veranderen cel. Daarna kun je de invoer bewerken op de Bewerkregel juist onder de Werkbalk. Als je klaar bent met bewerken klik je het vinkje aan. Als je de wijzigingen weer ongedaan wilt maken klik je op het kruisje.
 
4.  Plaats de cursor op A4 en typ Artikel
     Plaats de cursor op B4 en typ Prijs
     Plaats de cursor op C4 en typ Aantal
     Plaats de cursor op D4 en typ Subtotaal
 
5. De kolom cellen A6 t/m A10 voorzien we van de productnamen:
     Plaats de cursor op A6 en typ Appelsientje
     Plaats de cursor op A7 en typ Choc.vlokken
     Plaats de cursor op A8 en typ Mayonaise
     Plaats de cursor op A9 en typ Luikse Wafels
     Plaats de cursor op A10 en typ 500 g koffie
 
Je ziet dat niet alle productnamen in de kolom passen. Maak je daar nog geen zorgen over. Later zullen we de kolombreedte passend maken.
 
6.  In de kolom cellen B6 t/m B10 moeten de prijzen vermeld worden (let op de komma).
     In cel B6 typt u de prijs van één pak appelsientje: 2,25
     Typ in B7 de prijs van een pak chocolade vlokken: 2,05
     Typ in B8 de prijs van een tube mayonaise: 2,25
     Typ in B9 de prijs van de Luikse wafels: 1,95
     Typ in B10 de prijs van 500 g koffie: 5,69
 
We gaan de A-kolom iets verbreden, zodat alle productnamen in de kolom passen. Daartoe selecteer je met de muis het cellenblok A6 tot en met A10. Daarna gebruik je het rolmenu Opmaak om de kolombreedte passend te krijgen.
 
7. Verbreed de A-kolom, zodat de productnamen in de kolom passen.
| Selecteer cellenblok A6 tot en met A10 met de muis | Opmaak | Kolom | AutoAanpassen aan selectie | Klik ergens in het werkblad om de selectie op te heffen |
 
8.  In de kolom cellen C6 t/m C10 typ je de verkochte aantallen:
    C6              4
    C7              2
    C8              1
    C9              2
    C10            3
 
In cel D6 moet de formule voor het berekenen van de kosten geplaatst worden. De kosten voor Appelsientje kun je berekenen door de prijs van één pak te vermenigvuldigen met het aantal pakken. De inhoud van cel B6 moet met de inhoud van cel C6 vermenigvuldigd worden. Een formule moet in Excel beginnen met een ‘is’-teken (=). Vermenigvuldigen geef je in het werkblad aan met *. De formule, die we nodig hebben is dus =B6*C6.
 
9. Plaats de cursor op D6 en typ de formule =B6*C6. Druk daarna op <Enter>. Je ziet dat in cel D6 de uitkomst van de formule komt te staan.
 
Met Kopiëren en plakken kun je gemakkelijk de cellen D7 t/m D10 voorzien van de bijbehorende formules. We kopiëren de formule van cel D6 naar het klembord. Daarna selecteer je met de muis het cellenblok D7 t/m D10 en plak je de (aangepaste) formules in. Tot slot klik je ergens willekeurig op het werkblad om de selectie op te heffen.
 
10. Kopieer de formule =B6*C6 uit cel D6 naar het klembord.
      | D6 | Bewerken | Kopiëren |
 
11. Selecteer het cellenblok D7 t/m D10 met de muis en plak de (aangepaste) formules in.
      | Selecteer D7 t/m D10 | Bewerken | Plakken | Maak de selectie van het cellenblok ongedaan |


 


In een oogwenk is cel D6 naar de cellen D7 t/m D10 gekopieerd. In het werkblad zie je dat de verschillende waarden al berekend zijn.
Tijdens dit kopiëren is de inhoud van D6 niet zomaar gekopieerd maar tevens aangepast aan de nieuwe cellen. Als je met de cursor door de cellen D6 t/m D10 loopt, zie je niet steeds dezelfde formule staan. Kijk maar naar het volgende overzicht:
              In cel D6 staat de formule =B6*C6
              In cel D7 staat de formule =B7*C7
              In cel D8 staat de formule =B8*C8
              In cel D9 staat de formule =B9*C9
              In cel D10 staat de formule =B10*C10
 
Bij het kopiëren zijn de cellen in de formule aangepast.

 

Absolute cellen in formules

Indien bij het kopiëren een cel in een formule niet aangepast mag worden, spreken we van absolute cellen. Absolute cellen worden aangegeven met dollartekens, bijvoorbeeld $B$5 is een absolute cel.

 

Gebruik van de vulgreep

De vulgreep is erg handig bij het kopiëren van formules of het vullen van cellen. Als je niet weet hoe de vulgreep werkt vraag het dan aan je docent om het eens voor te doen.
 
In cel  D11 moet de som van de bovenstaande bedragen komen staan. Dat sommeren kun je voor elkaar krijgen door in cel D11 de formule =D6+D7+D8+D9+10 te plaatsen. Veel handiger (en korter) is echter de formule =SOM(D6:D10)  De dubbele punt in deze formule spreek je uit als tot en met.
 
12. Typ in cel D11 de formule =SOM(D6:D10) en druk op <Enter>.
 
Met Excel had deze formule nòg eenvoudiger gemaakt kunnen worden, namelijk met de knop Autosom op de werkbalk Standaard. Zo nodig moet je de werkbalk Standaard aanvinken via het rolmenu Beeld. We nemen even een kijkje. We wissen de formule in cel D11 en maken de formule opnieuw met de knop Autosom.
 
13. Wis de formule in cel D11 en maak opnieuw de formule =SOM(D6:D10) aan met de knop Autosom op de werkbalk Standaard.
      | cursor op D11 | Bewerken | Wissen - Alles | Knop Autosom | <Enter> |
 
Het werkblad is voorlopig klaar. Later gaan we de opmaak van het werkblad nog verzorgen. Sla het werkblad op. Gaat er later iets mis dan hoef je al het werk niet opnieuw te doen.

 
14. Bewaar het werkblad onder de naam kosten in de map Office op je usb stick.
     | Bestand | Opslaan | 
 
15.  Sluit het werken met het spreadsheetprogramma Excel af.
      | Bestand | Afsluiten |

 

In deze les heb je zelf een werkblad gemaakt. Je kunt teksten, getallen en formules in cellen plaatsen. Je kunt de kolombreedte veranderen. Je weet hoe je een tekst of formule kunt kopiëren met Kopiëren en plakken via het rolmenu Bewerken. Spreadsheetprogramma's (calculatieprogramma's) kun je gebruiken voor het verwerken van meetgegevens bij experimenten, het verwerken van verkoopcijfers  en het berekenen van rente en aflossingen van leningen en hypotheken.

We besluiten deze les met enkele vragen en opdrachten. Verwerk deze in je schrift.
 
Je ziet een gedeelte van een spre­adsheet (werkblad):

A                     B                     C                     D

1     LENGTE        BREEDTE     OMTREK       OPP

2     -----------------------------------------------------------------------

3     12                   4                      32                    48

4     8                     6                      28                    48

5

De vragen 1 en 2 gaan over dit spreadsheet.

1 In cel C3 staat een formule. Welke?

   A  =32

   B  =2 * L + 2 * B

   C  =A3 * B3

   D  =2 * A3 + 2 * B3

2 Welke formule staat er in cel D4?

   A  =12 * 4

   B  =A4 * B4

   C  =LENGTE * BREEDTE

   D  =48

Jan is naar de winkel geweest. Van zijn inkopen heeft hij een spreadsheet gemaakt.

Je ziet het spreads­heet (werkblad) van Jan:

A                                 B                     C                     D                     E

1     PRODUKT                PRIJS             AANTAL       BEDRAG

2     -----------------------------------------------­---------------------------------------------------

3     HAGELSLAG           2,05                 4                      8,20

4     WAFELS                  1,95                 2                      3,90

5     JAM                          2,45                 3                     7,35

6     DROP                       1,85                 1                     1,85

7                                                                                      ========

8                                                                                     21,30

De vragen 3 en 4 gaan over het spreadsheet van Jan.

3 In cel D4 staat een formule. Welke? Kies het beste antwoord.

    A  =3,90

    B  =1,95x2

    C  =4*D

    D  =B4*C4

4 In cel D8 staat een formule. Welke? Kies het beste antwoord.

   A  =SOM(D3:D6)

   B  =21,30

   C  =B8*C8

   D  =4x5,325

5 In een werkblad staat in cel B5 de waarde 3, in cel B6 de waarde 7 en in cel B7 de waarde 5. Iemand typt zonder gebruik te maken van de Snelformule of Autosom een formule in cel B8 om de genoemde waarden te sommeren. Welke formule is juist? Kies het beste antwoord.

   A  =SOM(B5:B7)

   B  =B5+B6+B7

   C  De antwoorden A en B zijn beide goed.

   D  Het juiste antwoord staat er niet bij.